Publications

what people have written about the project

>

Street kids world wide / Expat Centre Leiden
Street kids world wide is the topic of the new photographic exhibition by Ton Hendriks at the Museum Volkenkunde in Leiden. By portraying them self-consciously, Hendriks depicts the children as individuals with their own history. “Street kids suffer in two ways”, according to Hendriks. “Besides poverty, the lack of attention torments them even more. They are children that can not afford to be children. It is my duty as a photographer to demonstrate that they are worthy of being seen”. The portraits are of a social psychological value. Hendriks aimed to take things one step further than establishing ‘pitiful facts’. He wants to display the inner, personal experiences of the children on the street.

The exhibition is part of the project Global Street Child which refers to the millennium objectives for every child in the world to be able to go to primary school in 2015. Volkenkunde offers 22 of the 80 portraits made by Hendriks in nine different countries: Ghana, Turkey, Bolivia, Brazil, India, Romania, Mongolia, South Afrika and Egypt. 10 February 2011

Cultuur Bewust.nl / Door: Linda Leestemaker
Vanaf de wanden van het Museum Volkenkunde in Leiden staren 21 straatkinderen je zwijgend aan. Verstopt achter de permanente Japan/Korea tentoonstelling hangen de portretten van Straatkinderen Wereldwijd. Fotograaf Ton Hendriks fotografeerde de kinderen en schreef hun verhalen op. Hij confronteert hiermee het publiek met de ellende die deze kinderen doormaken. Ondanks die ellende behouden ze hun eigen identiteit.
De ogen van de straatkinderen tonen emoties als verdriet, woede en onschuld. Je ziet snel dat wanhoop echter ontbreekt, ze lijken te weten dat je met wanhoop en zelfmedelijden niet verder komt, en het je buik niet vult. Als je de plaatsnamen ziet van waar de kinderen wonen ben je bijna opgelucht dat dit alleen maar ver weg, in Azië en Afrika, gebeurt. Deze illusie houdt niet lang stand, ook kinderen in armere Europese landen ondervinden hetzelfde lot. Naast de kleine hal die voor de portretten is vrijgemaakt worden nog meer foto’s geprojecteerd, met gezichten waarvan de verhalen verborgen blijven.
Ondenkbaar
Tijdens het maken van de foto’s luisterde fotograaf Ton Hendriks naar de verhalen van alle kinderen en schreef ze op. Schrijnende verhalen, zoals die van de 12-jarige Munkh-Chuluun. Zijn foto is één van de grootste in de tentoonstelling. Vanaf de wand van het museum kijkt een kleine jongen onverstoord naar je. Hij staat daar onvermoeibaar, rustig en rotsvast, en doet denken aan de machtige Djenghis Kahn, de grootste krijger in de Mongolische geschiedenis. Munkh-Chuluun leeft nu ruim een jaar in de straten van Mongolië nadat hij van huis vluchtte omdat zijn vader zijn moeder had vermoord. Dagelijks bedelt hij ongeveer vijf euro bij elkaar. Voor veel ‘westerlingen’ is het ondenkbaar om te leven van dit bedrag, maar in verhouding verdient Munkh-Chuluun veel voor een straatkind. Geen van de gefotografeerde kinderen is ouder dan zestien jaar. Veel van hen zijn al volgroeid en vroeg volwassen geworden, ook al zien hun lichamen er tenger en breekbaar uit.
Thuis
Ondanks de tengere lichamen stralen de straatkinderen kracht, trots en zelfbehoud uit, hoewel hun ogen vaak een ander verhaal vertellen. Dit was ook Ton Hendriks bedoeling. Hendriks wilde de straatkinderen zelfbewust op de foto hebben staan, met de houding die ze dagelijks op straat tonen. Daarom liet hij de kinderen zelf kiezen waar de foto werd gemaakt, wat ze aan hadden, en welke houding ze aannamen. Door deze keuze, de kinderen zelf het beeld te laten bepalen, heeft elke foto een hele andere compositie en setting en wordt de hele uitstraling ‘gedragen’ door het kind.
Terwijl de foto’s op het eerste gezicht heel simpel lijken te zijn, zijn ze zo scherp geprint dat elke groef in de gezichten en elke vouw in de kleding zichtbaar is. De sfeer van het gevecht van de straatkinderen, die vaak bewust voor het harde leven op straat hebben gekozen omdat de situatie thuis vaak nog veel slechter is, hangt hierdoor merkbaar in de gang. 23-03-2011

Street children worldwide - photos by Ton Hendriks / National Museum of Ethnology, Leiden
Ton Hendriks has aimed to make them self-conscious portraits, shows the children as individuals with their own history. "Street children suffer twice, " says Henderson. "More than the poverty afflicting their lack of attention. They are children who have no childhood. To me a photographer's job to prove their worth is to be seen." The portraits are social psychological in nature. Hendriks wants to go further than establishing the "sad facts". He wants the inside, the personal experience of the street child to show. The exhibition is part of the project Global Street Child. The project also includes a publication, a website and various public actions.
www.globalstreetchild.org

NRC / DICK Wittenberg
Wat bezielt iemand om negen jaar lang straatkinderen te fotograferen? Straatkinderen in negen landen, verspreid over vier continenten? Hang naar snel succes kan het niet zijn.
"Getverderrie", kreeg hij te horen toen hij in 2002 met zijn eerste serie foto's van straatkinderen ging leuren. Geen krant, geen tijdschrift die zijn portretten van "moderne slaven" uit de Ghanese hoofdstad Accra wilde plaatsen. Zelfs niet de bladen die over ontwikkelingshulp schrijven. "Dat kennen we nou wel", zeiden ze tegen fotograaf Ton Hendriks. "Een afgekloven onderwerp. Saai. Dat wil niemand meer zien." Hoe groter de weerzin waarop hij stuitte, hoe nijdiger Ton Hendriks werd. En des te onverzettelijker.
Volgens Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, zwerven er 100 tot 150 miljoen straatkinderen door de metropolen van een verstedelijkende wereld. Kinderen tussen 5 en 17 jaar die op straat leven. Kinderen die van de straat leven. Werkend, bedelend of stelend. Zonder zorg of bescherming van volwassenen.
"Straatkinderen lijden dubbel", zegt Hendriks. "Meer nog dan de armoede kwelt ze het gebrek aan aandacht. Het zijn kinderen die geen kinderen kunnen zijn. Aan mij als fotograaf de taak om te tonen dat ze de moeite waard zijn te worden gezien."
Hij wist van meet af aan hoe hij ze niet wilde laten zien. Niet zoals hulporganisatie hen het liefst presenteren op hun websites: breeduit lachend, weldoorvoed, in nieuwe kleren. Weer een wereldprobleem bezworen als u maandelijks een vast bedrag overmaakt. Hij was ook niet uit op shockerende beelden. Gravend in een vuilnisbelt, lijmsnuivend in de drek, zich prostituerend tegen een pismuur. "Slachtofferfotografie", noemt hij dat.
Een begeleider in Ghana moedigde hem aan straatkinderen te fotograferen terwijl ze op straat lagen te slapen. Zijn natuurlijke reactie? "Dat zou niet van eerbied getuigen. Misschien willen ze niet op de foto. Ik ken niet eens hun verhaal."
Hendriks maakt portretten van straatkinderen, zoals zij zich willen laten zien. Dat kan zijn met de attributen waarmee ze hun brood verdienen. Een schaal voor hun koopwaar. Een doosje schoensmeer. Een borstel.
Dat kan zijn in de pose van hun plaatselijke rolmodellen, zoals de lolita's in Rio de Janeiro, met hun blote benen en onbedekte navels. Zie eens hoeveel aandacht die jongens in Johannesburg en Istanbul aan hun kleren besteden. Het lijken wel modefoto's. Niet het stereotype beeld van een straatkind. Deze kinderen koesteren hoop en aspiraties. Ze zijn niet zielig. Ze eisen respect. Dat schreeuwen hun poses. Soms vertelt hun blik een ander verhaal.
Hendriks verbaasde zich erover hoe makkelijk het was contact te maken met de straatkinderen, met hulp van plaatselijke opvangorganisaties. Hoe gewillig ze poseerden, alsof ze uitverkoren waren. Hoe ongeremd ze hun levensverhaal vertelden. Alsof er zelden iemand naar hen luistert. Zoals die jongen in Mongolië. "Mijn vader heeft mijn moeder vermoord. Hij had ook mij vermoord als ik niet was weggerend."
Na afloop gaf hij meestal geld. Een dagloon. Een, twee euro. Maar dat wisten ze niet tevoren. Ze vroegen er niet om.
Er waren ook altijd kinderen die hem meden. En kinderen die hijzelf uit de weg ging. "Die zo onder de drugs zaten, dat ze er scheel van keken. Die zo'n agressieve indruk maakten. Het allerlelijkste, het allerzwaarste, het allernegatiefste laat ik niet zien. Dat werkt alleen maar afstotend. Dat wil niemand zien."
Maar hij toont wel het meisje dat om middernacht naar een sportveld komt in de Boliviaanse hoofdstad La Paz om met andere kinderen een partijtje voetbal te spelen. Het meisje met de rode strepen die ze met een scheermes in haar armen heeft gekerfd. "Haar blik maakt die zelfverminking dragelijk."
Soms ontmoet hij een kind dat hij niet kan vergeten. Zoals dit jaar in een opvangcentrum in Johannesburg de 14-jarige Moekitsi. Hij las de jongen voor uit een encyclopedie. "Je bent de eerste persoon die ooit van me heeft gehouden. Wil je mijn vader worden", zei Moekitsi. Hendriks zorgt dat de jongen een opleiding krijgt.
Hetzelfde heeft hij gedaan met Theresa, destijds 16, die hij in 2002 tijdens zijn reis naar Ghana heeft ontmoet. Ze bellen elkaar al negen jaar elke week. Tegenwoordig verkoopt Theresa zelfgemaakte etenswaar op de markt. Ze wil nog steeds niet trouwen. Ze is als straatkind verkracht. Haar baby moest ze afstaan. "Afrikaanse mannen deugen niet", zegt ze door de telefoon.
In zijn flat in Amsterdam-West, zes hoog, koestert Ton Hendriks grootste plannen. Begin volgend jaar heeft hij een tentoonstelling in het Volkenkundig Museum. Er moet een boek komen. Er is al een website. "Straatkinderen zijn boeiend en prachtig om te zien", zegt hij zonder spoor van twijfel. Hij kan alleen maar hopen dat zijn werk overtuigt.
Foto's uit Mongolië, Zuid-Afrika en Egypte zijn tot stand gekomen met financiële steun van het NCDO. Meer werk is te zien op: globalstreetchild.org